Uitspraak
Datum uitspraak: 8 februari 2023
AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter
Raad van State
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had een besluit genomen waarbij vreemdelingen pas vanaf 11 mei 2023, of eerder bij geschikte huisvesting, een afspraak konden maken om een mvv-sticker af te halen. De rechtbank had dit besluit vernietigd omdat deze nareismaatregel in strijd is met het Nederlandse recht en het recht van de Europese Unie. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
De Afdeling overweegt dat de nareismaatregel geen wettelijke basis heeft in de Vreemdelingenwet 2000 en dat de wettelijke termijn van drie maanden voor het afhalen van de mvv-sticker niet mag worden overschreden of uitgesteld. Daarnaast is de maatregel in strijd met de Gezinsherenigingsrichtlijn, die bepaalt dat gezinsleden onmiddellijk na inwilliging van het verzoek toegang moeten krijgen en dat geen nieuwe huisvestings- of verblijfseisen mogen worden gesteld.
De staatssecretaris voerde aan dat de maatregel gerechtvaardigd zou zijn om schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 EU Pro-Handvest te voorkomen vanwege de problematische situatie in de asielopvang. De Afdeling oordeelt echter dat de problematiek niet voldoet aan de hoge drempel die vereist is voor een dergelijke uitzondering en dat de maatregel niet noodzakelijk of geschikt is. De nareismaatregel moet daarom niet worden toegepast en gezinsleden moeten direct na inwilliging van hun aanvraag de mvv-sticker kunnen afhalen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de nareismaatregel wordt bevestigd als onrechtmatig.