ECLI:NL:RVS:2023:521
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen voorgenomen overdracht vreemdeling na niet-in behandeling nemen verblijfsaanvraag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 21 december 2022 besloten een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 31 januari 2023 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 7 februari 2023 bij wijze van ordemaatregel bepaald dat de voorgenomen overdracht van de vreemdeling op 8 februari 2023 om 11:00 uur niet zal plaatsvinden. Dit omdat de termijn voor het instellen van hoger beroep nog niet was verstreken, waardoor het noodzakelijk was een voorlopige maatregel te treffen. De voorzieningenrechter kondigde aan na het verstrijken van de termijn uitspraak te doen over het resterende verzoek.
Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, een bedrag van € 837,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan in het openbaar door voorzieningenrechter H.J.M. Baldinger, in aanwezigheid van griffier L.C. Lodeweges.
Uitkomst: De voorgenomen overdracht van de vreemdeling op 8 februari 2023 wordt opgeschort en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.