ECLI:NL:RVS:2023:564
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over niet tijdig besluit op aanvraag verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde dit beroep gegrond, vernietigde het met een besluit gelijkgestelde niet tijdig nemen van een besluit, en legde de staatssecretaris op binnen acht weken een besluit te nemen. Tevens werd een dwangsom van € 100 per dag tot een maximum van € 7.500 toegekend.
De vreemdeling ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevatte die beantwoording in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming vereisten. De Raad verwees naar eerdere uitspraken waarin dezelfde rechtsvragen waren beantwoord.
Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Hiermee blijft de verplichting tot het nemen van een besluit binnen de gestelde termijn en de opgelegde dwangsom van kracht.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.