ECLI:NL:RVS:2023:595
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen toepassing spoedeisende bestuursdwang voor verkeerd aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 23 augustus 2021 spoedeisende bestuursdwang toegepast vanwege het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 verkeerd aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen. Hierbij werd een doos verwijderd die naast een aangewezen inzamelvoorziening was aangetroffen. Het college stelde dat appellant verantwoordelijk was omdat op de doos een adresdrager met zijn naam en adresgegevens was gevonden.
Appellant stelde dat hij de doos wel in de vuilcontainer had geplaatst en dat hij niet kon worden verweten dat de container niet gesloten kon worden. Hij vermoedde dat een ander de doos uit de container had gehaald. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat degene die de overtreding feitelijk verricht, in beginsel overtreder is, maar dat ook degene aan wie de handeling is toe te rekenen verantwoordelijk kan zijn. Omdat appellant de doos niet volledig in de inzamelvoorziening had geplaatst en daardoor het risico nam dat de doos verkeerd werd aangeboden, kon hij als overtreder worden aangemerkt.
De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het college appellant terecht als overtreder had aangemerkt. Tevens werd het verzoek tot proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de toepassing van spoedeisende bestuursdwang wegens verkeerd aanbieden van afval wordt ongegrond verklaard.