ECLI:NL:RVS:2023:601
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens drugsoverlast en handel ondanks bezwaar huurder
De burgemeester van Gouda heeft op 6 april 2020 de sluiting van de huurwoning van appellant voor zes maanden gelast vanwege herhaalde vondsten van gebruikershoeveelheden harddrugs en attributen voor drugsgebruik en -handel, alsmede aanwezigheid van personen met drugsantecedenten. Appellant, die onder curatele staat en verslavingsproblemen heeft, voerde aan dat de burgemeester onzorgvuldig handelde en dat een lichtere maatregel passend was. Ook stelde hij dat hij geen alternatieve huisvesting kreeg en dat de sluiting tot dakloosheid en gezondheidsproblemen leidde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dit oordeel. De Raad overweegt dat de sluiting noodzakelijk was om de woning aan het drugscircuit te onttrekken en de orde te herstellen. Daarnaast is gebleken dat appellant meerdere opvangmogelijkheden had aangeboden gekregen, maar deze zelf niet heeft benut.
De Raad concludeert dat de burgemeester zich voldoende heeft ingespannen voor alternatieve huisvesting en dat het beëindigen van het huurcontract geen reden was om van de sluiting af te zien. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de sluiting van de woning voor zes maanden wegens drugsoverlast en handel.