ECLI:NL:RVS:2023:61
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens vervallen belang bij mvv-aanvraag nareis
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis bij zijn vader, de referent. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees deze aanvraag op 13 oktober 2020 af. Na een ongegrond verklaard bezwaar en beroep bij de rechtbank, stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In de procedure werd duidelijk dat de staatssecretaris op 5 april 2022 in een andere procedure een mvv had verleend aan de vreemdeling voor verblijf bij de referent. Hierdoor had de vreemdeling bereikt wat hij met het hoger beroep beoogde, waardoor het belang bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep verviel.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk is. De door de vreemdeling aangevoerde belangen waren onvoldoende toegelicht en konden het vervallen belang niet veranderen. Tevens werd overwogen dat er geen aanleiding was om de staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten, omdat de mvv in een andere procedure was verleend en het belang bij het hoger beroep door toedoen van de staatssecretaris niet was vervallen.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees de proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen belang.