ECLI:NL:RVS:2023:655
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake verblijfsvergunning asiel en bestuurlijke dwangsommen
Bij besluiten van 23 juni 2022 verleende de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan twee vreemdelingen een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, zonder vaststelling van een bestuurlijke dwangsom. De vreemdelingen stelden beroep in bij de rechtbank Den Haag, die hun beroepen ongegrond verklaarde op 21 september 2022.
De vreemdelingen gingen hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hoger beroep richtte zich op de vraag of de staatssecretaris onrechtmatig had gehandeld door geen bestuurlijke dwangsom vast te stellen. De Afdeling oordeelde dat deze rechtsvraag reeds eerder was beantwoord in eerdere jurisprudentie, onder meer met betrekking tot de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND en relevante beginselen zoals het gelijkwaardigheidsbeginsel en het beginsel van effectieve rechtsbescherming.
Omdat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, werd het beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.