ECLI:NL:RVS:2023:657
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank in hoger beroep verblijfsvergunning asiel zonder bestuurlijke dwangsom
De vreemdeling had bezwaar gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen zonder daarbij een bestuurlijke dwangsom vast te stellen. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. De relevante rechtsvraag was reeds beantwoord in een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak (ECLI:NL:RVS:2022:3352), met betrekking tot de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND en de toepassing van het Unierechtelijk gelijkwaardigheidsbeginsel, het doeltreffendheidsbeginsel en het beginsel van effectieve rechtsbescherming.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer van de Raad van State op 20 februari 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.