ECLI:NL:RVS:2023:66
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel na niet in behandeling nemen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 23 november 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep bij uitspraak van 23 december 2022 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en de motivering van de rechtbank overgenomen, omdat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming.
De Afdeling concludeert dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank. Tevens wijst zij het verzoek om voorlopige voorziening af. De staatssecretaris is niet gehouden tot vergoeding van proceskosten.
Deze uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van het niet in behandeling nemen van de aanvraag verblijfsvergunning asiel door de staatssecretaris en sluit het hoger beroep en voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.