ECLI:NL:RVS:2023:662
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering atheïsme
De vreemdeling uit Irak heeft een opvolgende asielaanvraag ingediend met het argument dat hij afvallige en atheïst is, en dat zijn overtuigingen sinds de vorige aanvraag zijn verdiept. De staatssecretaris verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk. De rechtbank Den Haag bevestigde dit besluit, maar de vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte artikel 6:22 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) had toegepast door de aanvullende motivering van de staatssecretaris tijdens de zitting te accepteren. Volgens recente jurisprudentie moet de staatssecretaris terughoudend zijn met het niet horen van de vreemdeling bij een vermeende verdieping van geloofsovertuiging.
De Raad vernietigde daarom het besluit en de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris moet het besluit opnieuw nemen met inachtneming van de motiveringen in deze uitspraak en rekening houden met de actuele feiten en omstandigheden. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris om de asielaanvraag niet-ontvankelijk te verklaren is vernietigd en de zaak is terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.