ECLI:NL:RVS:2023:703
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens ernstig vermoeden gevaar voor openbare orde
Appellant, met de Syrische nationaliteit, verzocht om naturalisatie voor zichzelf en medenaturalisatie voor zijn minderjarige kinderen. De staatssecretaris wees dit verzoek af op grond van een ernstig vermoeden dat appellant een gevaar voor de openbare orde vormt, gebaseerd op een vonnis van de politierechter wegens mishandeling. Hoewel appellant in hoger beroep door het gerechtshof werd vrijgesproken, bleef volgens de staatssecretaris een serieuze verdenking bestaan omdat het vonnis van de politierechter nog niet onherroepelijk was op het moment van het verzoek en de beslissing.
De rechtbank bevestigde de afwijzing en oordeelde dat het beleid zoals neergelegd in de Handleiding RWN leidend is voor de beoordeling van het gevaar voor de openbare orde. De Afdeling bestuursrechtspraak onderschreef dit oordeel en wees het beroep van appellant af. Tevens werd geoordeeld dat de staatssecretaris terecht geen hoorplicht had in bezwaar, omdat de bezwaargronden niet tot een ander besluit konden leiden.
De Afdeling concludeerde dat de vrijspraak in hoger beroep geen bijzondere omstandigheid vormt die afwijkt van het beleid rechtvaardigt. De negatieve gevolgen voor de minderjarige kinderen zijn meegewogen, maar vormen geen reden tot afwijking van het openbare-ordebeleid. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd.