ECLI:NL:RVS:2023:721
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot verwijdering persoonsgegevens wegens ontbrekende identiteit
Appellant verzocht op grond van de AVG om verwijdering van zijn persoonsgegevens bij het college van burgemeester en wethouders van Goeree-Overflakkee. Het college stelde het verzoek buiten behandeling omdat appellant onvoldoende informatie over zijn identiteit had verstrekt. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege twijfel over de vertegenwoordigingsbevoegdheid van zijn gemachtigde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af. In hoger beroep stelde appellant dat het hogerberoepschrift tijdig was ingediend en dat zijn gemachtigde wel bevoegd was. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep tijdig was ingesteld en dat er geen reden was om aan de vertegenwoordigingsbevoegdheid te twijfelen in hoger beroep.
Verder werd geoordeeld dat de rechtbank de uitspraak rechtsgeldig had ondertekend en dat het college terecht mocht twijfelen aan de handtekening op de volmacht in bezwaar. De redelijke termijn was ondanks de lange duur niet overschreden vanwege bijzondere omstandigheden en het procesverloop, waarbij appellant zelf ook de voortgang belemmerde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.