ECLI:NL:RVS:2023:746
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake geen rechtmatig verblijf vreemdeling op grond van Unierecht
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 24 maart 2022 vastgesteld dat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf heeft op grond van het Unierecht. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat bij besluit van 5 juli 2022 ongegrond werd verklaard.
De vreemdeling stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank Den Haag, die bij mondelinge uitspraak van 6 december 2022 het beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, omdat deze terecht en op goede gronden is genomen. Het hogerberoepschrift bevat geen vragen die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin dienen. Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, waarmee het besluit dat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf heeft wordt bevestigd.