ECLI:NL:RVS:2023:764
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State tot kennisneming hoger beroep tegen voortduren bewaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 27 oktober 2022 in bewaring. De vreemdeling maakte bezwaar tegen het voortduren van deze bewaring en diende beroep in bij de rechtbank Den Haag. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat op grond van artikel 84 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 geen hoger beroep mogelijk is tegen het voortduren van de bewaring zoals bedoeld in artikel 96 van Pro die wet.
De Afdeling constateerde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is, tenzij sprake is van een schending van het recht op een eerlijk proces, hetgeen hier niet het geval was. Daarom verklaarde de Afdeling zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen en wees zij het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep tegen het voortduren van de bewaring van de vreemdeling.