ECLI:NL:RBDHA:2023:352
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
Eiser, van Rwandese nationaliteit, is op 27 oktober 2022 een maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Eiser stelt dat hij de Congolese nationaliteit heeft en dat de maatregel onrechtmatig is omdat verweerder onvoldoende voortvarend is in het uitzettingsproces, dat zich volgens eiser ook op de Democratische Republiek Congo zou moeten richten.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin de rechtmatigheid van de maatregel tot 14 december 2022 is bevestigd. Het geschil richt zich nu op de periode daarna. De rechtbank oordeelt dat verweerder niet verplicht is om twee uitzettingstrajecten gelijktijdig te volgen en dat het kiezen van het traject dat naar verwachting het snelst is, gerechtvaardigd is. De rechtbank acht het aannemelijk dat de Rwandese nationaliteit van eiser nog steeds relevant is, mede omdat een echt bevonden Rwandees paspoort is gebruikt bij de visumaanvraag.
Verweerder werkt voortvarend aan het traject met de Rwandese autoriteiten, onder meer door het verzoek tot een gesprek op 9 januari 2023. De rechtbank ziet geen aanleiding om het beroep gegrond te verklaren of om schadevergoeding toe te kennen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.