ECLI:NL:RVS:2023:915
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schulddienstverlening en uitsluiting wegens niet-naleving verplichtingen
Appellant had in 2015 bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam schulddienstverlening aangevraagd, welke werd toegekend onder voorwaarden waaronder hij geen nieuwe schulden mocht aangaan en verplicht was de roodstand op zijn ING-rekening aan te zuiveren.
In 2019 besloot het college de schulddienstverlening te beëindigen en appellant voor drie jaar uit te sluiten, omdat hij nieuwe schulden had laten ontstaan door een terugvordering van onterecht ontvangen bijstand en de roodstand niet had aangezuiverd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat het college tekort was geschoten in zijn zorgplicht en dat nieuw beleid en jurisprudentie hem in het gelijk zouden stellen. De Raad van State oordeelde dat de Centrale Raad van Beroep de terugvordering terecht had bevestigd en dat het college een belangenafweging had gemaakt. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de beëindiging van de schulddienstverlening en de driejarige uitsluiting van appellant wegens niet-naleving van verplichtingen.