ECLI:NL:CRVB:2021:2086
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde gokactiviteiten
Appellant ontvangt sinds 2014 bijstand en werd onderzocht in het kader van een thema-onderzoek naar rechtmatigheid van bijstand. Uit bankafschriften bleek dat appellant meerdere geldopnames deed in gokinstellingen, wat leidde tot een besluit tot intrekking van bijstand en terugvordering van € 11.470,74 wegens schending van de inlichtingenplicht.
Appellant voerde onder meer aan dat het onderzoek niet transparant was, dat hij niet wist dat gokactiviteiten gemeld moesten worden en dat hij geen gokactiviteiten had verricht. De Raad oordeelde dat het college voldoende transparant was over de selectieprocedure, dat het kenbaarheidsvereiste voor het melden van gokactiviteiten redelijkerwijs duidelijk was en dat de omvang en frequentie van opnames in gokinstellingen aannemelijk maakten dat appellant gokactiviteiten verrichtte.
De Raad verwierp ook het beroep op dringende redenen om terugvordering te voorkomen, omdat appellant dit niet concreet onderbouwde en de wettelijke bescherming van de beslagvrije voet van toepassing is. Het hoger beroep slaagt niet en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.