ECLI:NL:RVS:2023:918
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen aanwijzing locaties ondergrondse afvalcontainers in Amsterdam Zuid
Het dagelijks bestuur van Amsterdam Zuid heeft locaties 46C-12 en 46C-13 aangewezen voor de plaatsing van ondergrondse containers voor restafval en oud papier en karton. Appellant, wonende nabij deze locaties, maakte bezwaar tegen deze aanwijzingen en stelde alternatieve locaties voor.
De Afdeling bestuursrechtspraak beoordeelde of appellant belanghebbende was bij het besluit. Voor locatie 46C-12, die dicht bij zijn woning ligt, werd appellant als belanghebbende erkend. Voor locatie 46C-13, die verder weg ligt, niet. Desondanks werd het beroep ontvankelijk verklaard voor beide locaties vanwege ingediende zienswijzen.
De Afdeling oordeelde dat het dagelijks bestuur beleidsruimte heeft bij de locatiekeuze en dat geluid- en geurhinder onder normale omstandigheden geen bezwaar vormen. Appellant bracht geen locatiespecifieke omstandigheden aan. De door appellant voorgestelde alternatieve locaties waren niet zodanig geschikter dat het bestuur had moeten afzien van de aangewezen locaties.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het dagelijks bestuur hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanwijzing van locaties voor ondergrondse afvalcontainers wordt ongegrond verklaard.