ECLI:NL:RVS:2024:1040
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake inzageverzoek persoonsgegevens kinderen bij gemeente Den Haag
Appellante heeft op grond van artikel 15 AVG Pro een inzageverzoek ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Den Haag betreffende persoonsgegevens van haar kinderen. Het college heeft dit verzoek deels ingewilligd, maar appellante stelt dat er meer documenten zijn dan verstrekt.
De rechtbank oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat er meer documenten zijn en dat het besluit van 15 maart 2021 niet onzorgvuldig tot stand was gekomen. In hoger beroep betoogt appellante dat het college onzorgvuldig heeft gehandeld en informatie heeft achtergehouden, met name over documenten in persoonlijke mailboxen van jeugdregisseurs.
De Afdeling stelt vast dat het college aannemelijk heeft gemaakt dat er geen aanvullende documenten onder het college berusten, behalve dat de persoonlijke mailboxen van jeugdregisseurs niet meer toegankelijk zijn omdat deze medewerkers uit dienst zijn. Dit is onrechtmatig, maar de informatie is niet te reproduceren. Daarom wordt het besluit vernietigd voor zover het die mailboxen betreft, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het college wordt vernietigd voor zover het betrekking heeft op informatie uit persoonlijke mailboxen van jeugdregisseurs, met in stand blijvende rechtsgevolgen.