ECLI:NL:RVS:2024:1044
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beslissing omgevingsvergunning wegens strijd met Bouwbesluit en privaatrechtelijke belemmering
Het college van burgemeester en wethouders van Hoeksche Waard verleende op 13 augustus 2019 een omgevingsvergunning aan de vergunninghouder voor het bouwen van een schuur op zijn perceel in Puttershoek. Appellanten, buren en eigenaren van aangrenzende percelen, stelden dat het bouwplan in strijd was met een erfdienstbaarheid (recht van uitweg) en het Bouwbesluit 2012, en dat de belangenafweging onjuist was.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, stellende dat er geen evidente privaatrechtelijke belemmering was, het bouwplan voldeed aan het Bouwbesluit, en het college een juiste belangenafweging had gemaakt. Appellanten gingen hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de deuren van de schuur, die naar buiten draaien over het pad met het recht van uitweg, een hinder kunnen veroorzaken in strijd met artikel 2.54 en 2.55 van het Bouwbesluit. Hierdoor is de vergunning verleend in strijd met artikel 2.10 van de Wabo. Tevens is vastgesteld dat het geschil over de uitleg van de erfdienstbaarheid niet zonder nader onderzoek kan worden beslist, zodat geen sprake is van een evidente privaatrechtelijke belemmering.
De Afdeling vernietigt daarom het besluit op bezwaar en de uitspraak van de rechtbank en bepaalt dat het college een nieuw besluit moet nemen. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit op bezwaar vernietigd wegens strijd met het Bouwbesluit; het college moet een nieuw besluit nemen.