ECLI:NL:RVS:2024:1087
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep in asielzaak
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake zijn asielaanvraag. De staatssecretaris nam vervolgens binnen de gestelde termijn een besluit waarbij de aanvraag werd toegewezen. Hierop trok de vreemdeling het hoger beroep in en verzocht om proceskostenveroordeling van de staatssecretaris. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris niet aan het verzoek had voldaan omdat het besluit tijdig was genomen en het belang van de vreemdeling niet anderszins was komen te vervallen.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat de staatssecretaris niet tijdig een besluit had genomen en had hem veroordeeld tot een proceskostenvergoeding. Na het besluit van de staatssecretaris op 28 november 2022 werd het hoger beroep ingetrokken. De Afdeling stelde vast dat de staatssecretaris met het besluit niet aan de vreemdeling tegemoet was gekomen in de zin van artikel 8:75a Awb.
Daarom wees de Afdeling het verzoek af en veroordeelde de staatssecretaris niet tot het betalen van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Raad van State op 18 maart 2024.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat het besluit tijdig is genomen en het belang van de vreemdeling niet anderszins is vervallen.