ECLI:NL:RVS:2024:1113
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing handhavingsverzoek inzake onjuiste aansluiting riolering op hemelwaterafvoer
In deze zaak heeft appellant beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Land van Cuijk van 1 augustus 2022, waarin het verzoek om handhavend op te treden tegen de onjuist aangesloten riolering van het perceel op de hemelwaterafvoer werd afgewezen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het college terecht heeft geoordeeld dat geen sprake was van een overtreding van artikel 6.15 van het Bouwbesluit 2012. Dit oordeel was gebaseerd op controles en onderzoeken uitgevoerd op 8 en 9 januari 2019, 14 september 2022 en 6 oktober 2022, waarbij geen lozing van huishoudelijk afvalwater in de sloot naast het perceel werd vastgesteld.
De Afdeling bevestigde dat het recht ten tijde van het besluit bepalend is, ondanks de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Het beroep werd ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het handhavingsverzoek inzake de aansluiting van de riolering op de hemelwaterafvoer wordt ongegrond verklaard.