ECLI:NL:RVS:2022:1917
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar handhavingsverzoek rioleringsaansluiting
Het college van burgemeester en wethouders van Land van Cuijk verklaarde het bezwaar van appellant tegen een handhavingsbrief niet-ontvankelijk, omdat het verzoek niet als een aanvraag in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) werd aangemerkt en appellant geen belanghebbende zou zijn.
De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel belanghebbende is, onder meer vanwege stankhinder door de rioleringsaansluiting en beplanting die het zicht op de openbare weg belemmert.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant geen belanghebbende is ten aanzien van de beplanting en de yoga- en stilteruimte, maar wel voor de aansluiting van de riolering op de hemelwaterafvoer vanwege mogelijke feitelijke gevolgen zoals stankoverlast.
Daarom vernietigde de Afdeling het bestreden besluit voor zover het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard met betrekking tot de rioleringsaansluiting en bepaalde dat het college inhoudelijk op dit verzoek moet beslissen. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaar inzake de rioleringsaansluiting wordt vernietigd.