ECLI:NL:RVS:2024:1122
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling correcte ingangsdatum verblijfsvergunning asiel na Dublinprocedure
De vreemdeling diende op 7 oktober 2020 een asielaanvraag in, die aanvankelijk niet in behandeling werd genomen omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk was. Nederland werd echter alsnog verantwoordelijk op grond van artikel 29, tweede lid, van de verordening, omdat de overdracht aan Italië niet tijdig plaatsvond.
De staatssecretaris verleende bij besluit van 8 april 2022 een verblijfsvergunning met ingang van 14 augustus 2021, de datum waarop de vreemdeling een tweede aanvraag indiende na berichtgeving van de staatssecretaris. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond.
De Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris niet van de vreemdeling mocht eisen een nieuwe aanvraag in te dienen en dat de ingangsdatum van de vergunning de datum van de oorspronkelijke aanvraag moet zijn. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, het beroep gegrond verklaard, en de ingangsdatum vastgesteld op 7 oktober 2020. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De ingangsdatum van de verblijfsvergunning wordt vastgesteld op 7 oktober 2020, de datum van de oorspronkelijke aanvraag.