ECLI:NL:RVS:2024:1160
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit Belastingdienst over herziening en vaststelling zorgtoeslag 2019 en 2020
De Belastingdienst/Toeslagen heeft het voorschot zorgtoeslag van appellant over 2020 herzien en vastgesteld op nihil vanwege onvoldoende gegevens, en de zorgtoeslag over 2019 definitief vastgesteld op nihil omdat het gezamenlijke toetsingsinkomen te hoog was. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar deze werden bij besluiten van 4 juni 2021 ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant eveneens ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat de brieven van 21 augustus en 9 oktober 2020 geen rechtsgevolgen hadden omdat ze geautomatiseerd tot stand waren gekomen zonder betrokkenheid van een beslissingsbevoegde ambtenaar, waardoor sprake zou zijn van een wilsgebrek en nietigheid van de besluiten. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt echter dat deze besluiten, ondanks hun geautomatiseerde totstandkoming, aan menselijk handelen kunnen worden toegerekend en rechtsgevolgen beogen.
De Afdeling verwijst naar artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en benadrukt dat de Belastingdienst een gebonden bevoegdheid heeft bij het vaststellen van zorgtoeslag. De Afdeling concludeert dat de besluiten bevoegdelijk zijn genomen en rechtsgevolgen hebben teweeggebracht. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.