ECLI:NL:RVS:2024:1287
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- C.C.W. Lange
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestuurlijke boete wegens onterecht aanmerken beheerder als overtreder omzetting woonruimte
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan appellant een bestuurlijke boete van €6.000 op voor het zonder vergunning omzetten van een zelfstandige woning in onzelfstandige woonruimten, een overtreding van artikel 21 van Pro de Huisvestingswet 2014. Appellant, beheerder van de woning, werd als overtreder aangemerkt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling beoordeelde of appellant als functioneel dader kon worden aangemerkt aan de hand van strafrechtelijke criteria voor functioneel daderschap, waaronder of de gedraging in de sfeer van appellant plaatsvond en of appellant de overtreding aanvaardde. Het college voerde aan dat appellant de huurovereenkomst op eigen naam had gesloten, verhuur tot de normale bedrijfsvoering behoorde, de omzetting financieel dienstig was en appellant geen toezicht hield.
De Afdeling oordeelde echter dat het college niet had aangetoond dat aan deze criteria was voldaan. Appellant verhuurde de woning in zijn geheel als één woonruimte en had geen concrete aanwijzingen gehad om de overtreding te vermoeden of te voorkomen. De enkele omstandigheid dat de woning door meerdere huishoudens werd bewoond, was onvoldoende om appellant als overtreder aan te merken.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, en het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam herroepen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en het boetebesluit tegen appellant is vernietigd.