ECLI:NL:RVS:2024:1300
Raad van State
- Hoger beroep
- W. den Ouden
- N. Verheij
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoeken tegen inrichting in Roermond
In deze zaak hebben appellanten in 2018 afzonderlijk verzocht om handhavend op te treden tegen een inrichting in Roermond. Het college van burgemeester en wethouders heeft deze verzoeken afgewezen, waarna appellanten bezwaar maakten. Zowel het college als de burgemeester hebben de bezwaren afgewezen, waarna appellanten beroep instelden bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang, omdat de inrichting niet meer werd geëxploiteerd en de vergunningen onherroepelijk waren ingetrokken. Appellanten hebben hoger beroep ingesteld, maar de Afdeling bestuursrechtspraak heeft geoordeeld dat de gronden in hoger beroep een herhaling zijn van eerdere argumenten en geen nieuwe inzichten bieden.
Appellanten stelden dat er ondanks het ontbreken van een exploitant toch sprake was van overlast, maar dit werd door het college ontkend en niet aannemelijk gemaakt. Tevens is het verzoek om schadevergoeding afgewezen omdat geen van de wettelijke voorwaarden daarvoor aanwezig is. Ook het verzoek om vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn is afgewezen. De Afdeling bevestigt daarmee het vonnis van de rechtbank en wijst alle verzoeken af.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en verzoeken om schadevergoeding afgewezen.