ECLI:NL:RVS:2024:1301
Raad van State
- Hoger beroep
- W. den Ouden
- N. Verheij
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen weigering handhaving horecazaak en schadevergoedingsverzoek
Bij besluit van 9 november 2018 hebben burgemeester en college van Roermond het verzoek van appellante om handhavend op te treden tegen de exploitatie van een horecazaak in een pand te Roermond afgewezen omdat geen overtredingen waren geconstateerd. Het bezwaar tegen dit besluit werd bij besluit van 10 augustus 2020 ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante wegens het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk, omdat het bezwaarbesluit al was genomen.
Appellante stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte haar beroep niet-ontvankelijk had verklaard en verzocht om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn en overige schade. De Afdeling overwoog dat appellante geen beroep kon instellen wegens het uitblijven van een besluit, nu het bezwaarbesluit was genomen. Ook werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt schade te hebben geleden.
Verder werd vastgesteld dat de redelijke termijn was overschreden met één jaar en vier maanden, maar dat dit niet leidde tot vergoeding omdat de procedure niet zodanig verband hield met een andere zaak die extra spanning veroorzaakte. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees de verzoeken om schadevergoeding af. De proceskosten worden niet vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verzoeken om schadevergoeding worden afgewezen.