ECLI:NL:RVS:2024:1307
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel door Raad van State
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 16 juni 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verkrijgen af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 25 oktober 2022 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep behandeld en heeft geoordeeld dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard. Er zijn geen nieuwe vragen die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin rechtvaardigen om het oordeel te herzien.
De uitspraak van de rechtbank wordt daarmee bevestigd en de staatssecretaris is niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 28 maart 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.