ECLI:NL:RVS:2024:1315
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet tijdig besluit asielaanvraag en verwijzing naar rechtbank
De vreemdeling stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Bij besluit van 13 oktober 2023 wees de staatssecretaris de aanvraag af. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat het beroep ziet op het niet tijdig nemen van het besluit, terwijl de staatssecretaris inmiddels een besluit heeft genomen. Tevens werd overwogen dat de staatssecretaris de beslistermijn met negen maanden rechtmatig had verlengd, maar desondanks de termijn van vijftien maanden was overschreden.
De Afdeling veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van € 437,50 aan de vreemdeling. Daarnaast verwees de Afdeling het beroep tegen het besluit van 13 oktober 2023 naar de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, omdat deze rechtbank is ingericht voor de toetsing van asielbesluiten in eerste aanleg. Hiermee wordt ook de functie van de hogerberoepsrechter gewaarborgd.
De uitspraak werd gedaan door mr. J.M. Willems, lid van de enkelvoudige kamer, in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het niet tijdig nemen van het besluit is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit is verwezen naar de rechtbank.