ECLI:NL:RVS:2024:1322
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling en toekenning opvang
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 18 december 2023 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep van de vreemdeling op 6 maart 2024 ongegrond. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat gelet op de aangevoerde omstandigheden en eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2019:457) het noodzakelijk was om een voorlopige voorziening te treffen. Deze voorziening houdt in dat de vreemdeling niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat hij recht heeft op opvang en verstrekkingen gedurende deze periode.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op € 875,00, welke kosten geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter B. Meijer in aanwezigheid van griffier F.W. de Lange op 28 maart 2024.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.