ECLI:NL:RVS:2024:1354
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en voor opvang van vreemdelingen in hoger beroep
Bij besluiten van 8 en 10 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verkrijgen afgewezen. De vreemdelingen stelden beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 27 februari 2024 deze beroepen ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdelingen verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat zij niet worden uitgezet voordat het hoger beroep is beslist en dat zij opvang en verstrekkingen ontvangen. De voorzieningenrechter oordeelde dat gelet op de aangevoerde omstandigheden een voorlopige voorziening passend is, mede gebaseerd op eerdere jurisprudentie.
De staatssecretaris is tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 875,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 28 maart 2024 door voorzieningenrechter B. Meijer in aanwezigheid van griffier J. Nouta.
Uitkomst: De voorzieningenrechter heeft een voorlopige voorziening getroffen waardoor de vreemdelingen niet worden uitgezet en recht hebben op opvang totdat het hoger beroep is beslist.