ECLI:NL:RVS:2024:1373
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling en toepassing tijdelijke beschermingsrichtlijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft de vreemdeling opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen na 4 maart 2024 te verlaten. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 27 maart 2024 ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 2 april 2024 besloten een voorlopige voorziening te treffen. Deze voorziening houdt in dat de vreemdeling niet wordt uitgezet en wordt behandeld alsof het recht op tijdelijke bescherming op grond van Richtlijn 2001/55/EG en de daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluiten (EU) 2022/382 en (EU) 2023/2409 op hem van toepassing is, totdat het hoger beroep is beslist.
Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, een bedrag van € 875,00, dat geheel toe te rekenen is aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.Th. Drop in aanwezigheid van griffier S. Nederhoff.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet en wordt behandeld alsof het recht op tijdelijke bescherming op hem van toepassing is totdat het hoger beroep is beslist.