ECLI:NL:RVS:2024:1395
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over strijdig gebruik woonbestemming door bedrijfsmatige activiteiten
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen wees het verzoek om handhaving van appellant af, omdat het bedrijfsmatig gebruik van het perceel niet in strijd zou zijn met het bestemmingsplan 'Beijum'. De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat er wel sprake is van strijdig gebruik, waarna appellant hoger beroep instelde. Het college stelde incidenteel hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep van appellant en het incidenteel hoger beroep van het college behandeld. De Afdeling concludeert dat het college voldoende onderzoek heeft verricht naar het gebruik van het perceel, waarbij meerdere onaangekondigde inspecties zijn uitgevoerd. De activiteiten bestaan uit het drogen van zonwering en het ontvangen van goederen, zonder bewerking op het perceel.
De Afdeling volgt de rechtbank in de uitleg van het bestemmingsplan: bedrijfsmatige activiteiten die niet uitdrukkelijk zijn toegestaan, zijn strijdig met de woonbestemming. De ruimtelijke uitstraling doet hier niet aan af. Daarom bevestigt de Afdeling de uitspraak van de rechtbank en verklaart zowel het hoger beroep als het incidenteel hoger beroep ongegrond. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep en incidenteel hoger beroep ongegrond.