ECLI:NL:RVS:2024:140
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gebruik parkeerterrein naast appartementencomplex in strijd met bestemmingsplan en omgevingsvergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Beverwijk wees een handhavingsverzoek af over het gebruik van een parkeerterrein naast het appartementencomplex De Eik. De rechtbank oordeelde dat het parkeerterrein uitsluitend bestemd was voor bewoners en bezoekers van het complex, en dat het gebruik door derden, zoals supermarktbezoekers, in strijd was met het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning. Tevens concludeerde de rechtbank dat er twee parkeerplaatsen te weinig waren gerealiseerd.
In hoger beroep betoogde appellante dat het parkeerterrein een zelfstandige parkeervoorziening is en niet exclusief aan bewoners of bezoekers is toegekend. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgde dit standpunt en oordeelde dat het gebruik door derden niet in strijd is met het bestemmingsplan. Wel bleef de constatering overeind dat twee parkeerplaatsen ontbreken ten opzichte van de vergunning.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het het gebruik door derden verbood en beperkte het handhavend optreden tot het realiseren van de twee ontbrekende parkeerplaatsen. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De dwangsom en het handhavingsbesluit werden eveneens deels vernietigd.
De uitspraak benadrukt het belang van een letterlijke uitleg van planregels en dat het college slechts onder bijzondere omstandigheden mag afzien van handhaving. Het algemeen belang bij handhaving en het voorkomen van precedentwerking wegen zwaarder dan het financiële belang van appellante.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en beperkt het handhavend optreden tot het realiseren van twee ontbrekende parkeerplaatsen.