ECLI:NL:RVS:2024:1410
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- B. Meijer
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit omgevingsvergunning functiewijziging creatieve industrie wegens onduidelijkheid en onvoldoende motivering
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam verleende op 21 mei 2019 een omgevingsvergunning voor de functiewijziging van een loods van stalling/garage naar creatieve industrie. Omwonenden verzetten zich tegen deze vergunning vanwege mogelijke aantasting van hun woon- en leefklimaat. De rechtbank verklaarde het beroep van omwonenden gegrond en vernietigde het besluit, waarna het college een nieuw besluit nam op 5 september 2023, waarin de vergunning met gewijzigde motivering werd gehandhaafd.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de omgevingsvergunning onvoldoende duidelijkheid biedt over welke creatieve functies zijn toegestaan, waardoor de ruimtelijke gevolgen voor de omgeving niet adequaat kunnen worden beoordeeld. De aanvullende ruimtelijke onderbouwing en motivering van het college boden onvoldoende afbakening en inzicht in het gebruik, met name over het aantal bedrijven, werkplekken en het gebruik van buitenruimte.
Verder oordeelde de Afdeling dat het college onvoldoende onderzoek heeft verricht naar de gevolgen van het project voor het woon- en leefklimaat, waaronder licht- en geluidshinder, en dat het college geen bindende voorschriften heeft gesteld om overlast te beperken. Ook was het besluit op bezwaar niet deugdelijk gemotiveerd, omdat zienswijzen van omwonenden niet kenbaar zijn betrokken. De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de vergunninghouder ongegrond, bevestigde de rechtbankuitspraak en vernietigde het besluit van 5 september 2023, met de verplichting voor het college een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: Het besluit van 5 september 2023 wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen.