ECLI:NL:RVS:2024:1417
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- J.C.A. de Poorter
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod langdurig ingezetene wegens niet-intrekken verblijfsrecht door andere lidstaat
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 15 maart 2022 een terugkeerbesluit genomen en een inreisverbod uitgevaardigd tegen de vreemdeling, die de status van langdurig ingezetene in Italië bezit. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, maar de vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling stelt vast dat de staatssecretaris terecht een overlegprocedure is gestart met de Italiaanse autoriteiten op grond van de Schengenuitvoeringsovereenkomst, maar dat deze autoriteiten niet hebben gereageerd op het verzoek om het verblijfsrecht in te trekken. Volgens de jurisprudentie van de Afdeling moet het inreisverbod worden opgeheven als de andere lidstaat niet binnen een redelijke termijn reageert of het verblijfsrecht niet intrekt.
De Afdeling vernietigt daarom het besluit tot het inreisverbod en de uitspraak van de rechtbank voor zover deze het inreisverbod betreft. Tevens veroordeelt zij de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. De Afdeling benadrukt dat het aan de wetgever is om een nationaal werkend inreisverbod te regelen voor situaties waarin een vreemdeling een actuele en ernstige bedreiging vormt en een andere lidstaat het verblijfsrecht niet intrekt.
Uitkomst: Het inreisverbod wordt vernietigd omdat de andere lidstaat het verblijfsrecht niet heeft ingetrokken binnen een redelijke termijn.