ECLI:NL:RVS:2024:1433
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling op grond van tijdelijke beschermingsrichtlijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 7 februari 2024 aan de vreemdeling opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen na 4 maart 2024 te verlaten. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die dit beroep bij uitspraak van 27 maart 2024 ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen. De vreemdeling mag niet worden uitgezet en zal worden behandeld alsof het recht op tijdelijke bescherming, zoals bedoeld in Richtlijn 2001/55/EG en de daarop gebaseerde uitvoeringsbesluiten (EU) 2022/382 en (EU) 2023/2409, op hem van toepassing is. Deze maatregel geldt totdat op het hoger beroep is beslist.
Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op €875,00, welke geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.Th. Drop op 4 april 2024.
Uitkomst: De vreemdeling wordt voorlopig niet uitgezet en krijgt tijdelijke bescherming toegewezen totdat het hoger beroep is beslist.