ECLI:NL:RVS:2024:1434
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling op grond van tijdelijke beschermingsrichtlijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 7 februari 2024 de vreemdeling opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen na 4 maart 2024 te verlaten. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die dit beroep op 27 maart 2024 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen. De voorzieningenrechter heeft op 4 april 2024 besloten een voorlopige voorziening te treffen, waarbij de vreemdeling niet wordt uitgezet en wordt behandeld alsof het recht op tijdelijke bescherming, zoals bedoeld in Richtlijn 2001/55/EG en de daarop gebaseerde uitvoeringsbesluiten, op hem van toepassing is.
Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 875,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Deze voorlopige voorziening geldt totdat op het hoger beroep is beslist.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet en blijft behandeld worden alsof het recht op tijdelijke bescherming op hem van toepassing is totdat het hoger beroep is beslist.