ECLI:NL:RVS:2024:1437
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot wissing persoonsgegevens paspoortsignalering en toekenning schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
De appellant verzocht de minister van Financiën om rectificatie en wissing van zijn persoonsgegevens uit het Register Paspoortsignaleringen, omdat hij meent dat de naheffingsaanslagen onterecht zijn opgelegd en er geen belastingschuld bestaat. De minister wees dit verzoek af, en ook de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) niet bedoeld is om fiscaal-juridische geschillen te beslechten, zoals de vraag of er sprake is van een belastingschuld. Omdat de belastingrechter nog niet had beslist over de juistheid van de naheffingsaanslagen, mocht de minister uitgaan van de juistheid daarvan. Daarom was er geen grond voor rectificatie of wissing van de paspoortsignalering.
Daarnaast behandelde de Afdeling het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De redelijke termijn van vier jaar was met meer dan zes maanden overschreden, wat volledig aan de Afdeling toe te rekenen was. De Afdeling veroordeelde de Staat der Nederlanden tot betaling van € 1000 aan de appellant als vergoeding voor immateriële schade en tot vergoeding van proceskosten van € 437,50.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding toe.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard; geen rectificatie of wissing persoonsgegevens; schadevergoeding toegekend wegens termijnoverschrijding.