ECLI:NL:RVS:2024:1445
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door Raad van State na ongegrond beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling bij besluit van 28 februari 2024 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 15 maart 2024 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat de maatregel van bewaring pas in werking trad op het moment van uitreiking, en dat de rechtbank dit terecht had overwogen. Het hogerberoepschrift bevatte geen vragen die van belang waren voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming.
De Afdeling zag geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de staatssecretaris werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de bewaring wordt bevestigd.