ECLI:NL:RVS:2024:1476
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens bezit inbrekerswerktuigen op scooter
Het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht legde op 29 juli 2021 aan appellant een last onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 2:44, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening Dordrecht (APV). Dit volgde op een aanhouding waarbij appellant op een scooter zat waarvan de bestuurder het politie-stopteken negeerde. In de buddyseat van de scooter werden drie schroevendraaiers, een lange vijl en een set handschoenen aangetroffen.
Appellant voerde aan dat hij slechts hard reed op een motorvoertuig van een kennis en dat de voorwerpen niet als inbrekerswerktuigen konden worden aangemerkt. De rechtbank oordeelde echter dat appellant de voorwerpen voorhanden had en dat deze onmiskenbaar geschikt waren voor onrechtmatige gedragingen zoals genoemd in artikel 2:44 APV Pro.
In hoger beroep bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deze beoordeling. Gelet op de combinatie van voorwerpen, het tijdstip en de omstandigheden waaronder appellant werd aangetroffen, was het redelijk aan te nemen dat het ging om inbrekerswerktuigen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de last onder dwangsom bleef in stand.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de last onder dwangsom wegens bezit van inbrekerswerktuigen op een scooter en verklaart het hoger beroep ongegrond.