ECLI:NL:RVS:2024:1480
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek kindgebonden budget op grond van inkomensgegevens Basisregistratie inkomen
Appellante ontving in 2014 kindgebonden budget. De Belastingdienst/Toeslagen herzag dit na wijziging van het gezamenlijke toetsingsinkomen in de Basisregistratie inkomen (Bri) en stelde het budget op nihil vast, waardoor appellante €906 moest terugbetalen.
Appellante betoogde dat het inkomensgegeven in de Bri onjuist was en verzocht om herziening, wat werd afgewezen. De rechtbank bevestigde dit standpunt en verklaarde het beroep ongegrond. Appellante stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de Belastingdienst/Toeslagen terecht uitgaat van de in de Bri geregistreerde inkomensgegevens en niet hoeft te wachten op de uitkomst van een bezwaarprocedure van de toeslagpartner. De onjuiste vermelding van de woonplaats in de rechtbankuitspraak werd als een kennelijke verschrijving beoordeeld zonder gevolgen voor de identiteit.
Verder werd het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen, omdat de totale procedureduur van circa 37 maanden binnen de redelijke termijn van vier jaar viel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.