ECLI:NL:RBLIM:2025:5350
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering zorgtoeslag op basis van inkomensgegevens 2019
Eiser heeft over 2019 zorgtoeslag ontvangen, waarvan verweerder in 2024 de definitieve berekening op nul heeft vastgesteld en €2.665,- heeft teruggevorderd omdat het gezamenlijke toetsingsinkomen te hoog zou zijn. Eiser betwist de juistheid van de vastgestelde inkomensgegevens door de belastingdienst.
De rechtbank oordeelt dat verweerder bij de berekening van de zorgtoeslag gebonden is aan de authentieke inkomensgegevens van de belastingdienst en niet kan afwijken. Eiser dient eventuele onjuistheden in zijn inkomen via een aparte procedure bij de belastingdienst aan te vechten. De uitkomst daarvan kan pas gevolgen hebben voor de toeslag als die definitief is.
Verder is vastgesteld dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een matiging van de terugvordering rechtvaardigen. Financiële problemen van eiser vormen geen reden voor matiging; hiervoor bestaat de mogelijkheid van een betalingsregeling.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht heeft gehandeld en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de terugvordering van zorgtoeslag over 2019 wordt ongegrond verklaard.