ECLI:NL:RVS:2024:15
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling uit Oekraïne
De vreemdeling, behorend tot de groep derdelanders die uit Oekraïne naar Nederland zijn gevlucht, heeft een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen. Hiermee wilde hij bereiken dat hij behandeld zou worden alsof het recht op tijdelijke bescherming op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 op hem van toepassing blijft.
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had bij besluit van 23 augustus 2023 bepaald dat het recht op bescherming per 4 september 2023 eindigt. De rechtbank Den Haag had het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit op 17 november 2023 ongegrond verklaard. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat de vreemdeling valt onder de groep derdelanders waarvoor de staatssecretaris op 2 september 2023 had meegedeeld dat zij in Nederland mogen blijven totdat de Afdeling bestuursrechtspraak een eindoordeel geeft. Gelet hierop werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen; de vreemdeling wordt behandeld volgens de mededeling van de staatssecretaris zonder verlenging van het recht op tijdelijke bescherming.