Uitspraak
Datum uitspraak: 10 april 2024
BESTUURSRECHTSPRAAK
appellanten,
voorzitter
Raad van State
Appellanten, Afghaanse tolken en hun familieleden, vroegen de minister van Defensie om hun overkomst naar Nederland te faciliteren vanwege het gevaar waarin zij verkeren door hun werkzaamheden voor het Provincial Reconstruction Team in Uruzgan. De minister wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk, omdat de afwijzing geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zou zijn.
De rechtbank volgde de minister en oordeelde dat de Tolkenregeling meer een privaatrechtelijke werkgever-werknemerrelatie betreft dan een publiekrechtelijke taak, waardoor de afwijzing geen bestuursrechtelijk besluit is. Appellanten gingen in hoger beroep en stelden dat de Tolkenregeling wel degelijk een publiekrechtelijke taak betreft en dat de afwijzing een besluit in de zin van de Awb is.
De Raad van State oordeelt dat de Tolkenregeling een publieke taak inhoudt die door de betrokken bestuursorganen is aanvaard en dat de afwijzing van het verzoek een besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, Awb. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de minister, en draagt de minister op binnen vier weken een nieuw besluit te nemen. Tevens worden de proceskosten aan appellanten toegekend.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het besluit van de minister en draagt op binnen vier weken een nieuw besluit te nemen.