ECLI:NL:RVS:2024:1559
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling en toekenning opvang en verstrekkingen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 28 februari 2024 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep van de vreemdeling op 4 april 2024 ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen, waarbij is bepaald dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel verband houden met door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze beslissing beschermt de vreemdeling tegen voortijdige uitzetting en waarborgt zijn recht op opvang en verstrekkingen gedurende de procedure. De uitspraak is gedaan op 12 april 2024 door de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.