ECLI:NL:RVS:2024:1617
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beslistermijnen en dwangsom kinderopvangtoeslagcompensatie
Appellante heeft de Belastingdienst/Toeslagen verzocht om herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag in het kader van de toeslagenaffaire. De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep gegrond wegens het niet tijdig nemen van een besluit en legde een beslistermijn op met een dwangsom bij overschrijding.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep van appellante gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd. De Afdeling heeft de beslistermijnen aangepast aan de gewijzigde wettelijke termijnen in de Wet hersteloperatie toeslagen, waarbij een vooraankondiging binnen zes weken na verzending van de uitspraak moet plaatsvinden en het definitieve besluit binnen twee weken na ontvangst van een zienswijze of het verstrijken van de reactietermijn.
De Belastingdienst/Toeslagen is opgedragen binnen deze termijnen een besluit te nemen en een dwangsom van € 100 per dag bij overschrijding te betalen, met een maximum van € 15.000. Tevens is de dienst veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellante.
De Afdeling volgt appellante niet in haar betoog dat de beslistermijnen moeten worden aangepast aan de verkorte reactietermijn van de aanvrager, omdat deze niet van invloed is op de door de Afdeling vastgestelde termijnen voor de vooraankondiging.
Deze uitspraak verduidelijkt de toepassing van beslistermijnen binnen de hersteloperatie toeslagen en benadrukt het belang van tijdige besluitvorming door de Belastingdienst/Toeslagen.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard, eerdere uitspraak vernietigd en nieuwe beslistermijnen met dwangsom opgelegd aan Belastingdienst/Toeslagen.