ECLI:NL:RVS:2024:1628
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake beslistermijn kinderopvangtoeslag en dwangsom
De zaak betreft het hoger beroep van een appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland over de beslistermijn en dwangsom met betrekking tot haar bezwaar tegen besluiten van de Belastingdienst/Toeslagen over kinderopvangtoeslag. De appellant had bezwaar gemaakt tegen vijf besluiten van 19 juli 2022, waarbij de Belastingdienst haar verzoek tot herbeoordeling van kinderopvangtoeslag had behandeld.
De rechtbank had geoordeeld dat de dienst uiterlijk op 1 juli 2024 besluiten op bezwaar moest nemen en een dwangsom van €100 per dag moest betalen bij overschrijding. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt echter dat deze termijn niet in stand kan blijven op grond van eerdere uitgangspunten over beslistermijnen bij niet tijdig genomen besluiten op bezwaar.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en bepaalt dat de Belastingdienst binnen zes weken na verzending van deze uitspraak besluiten op bezwaar moet nemen en bekendmaken. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd bij overschrijding. De Belastingdienst wordt ook veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak benadrukt de toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen en de financiële compensatieregelingen voor gedupeerde ouders, waarbij de Belastingdienst zorgvuldig en tijdig moet beslissen op bezwaren. De Afdeling sluit de procedure zonder zitting en bevestigt het belang van naleving van beslistermijnen en dwangsommen in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, en de Belastingdienst/Toeslagen wordt opgedragen binnen zes weken besluiten te nemen met een dwangsom bij overschrijding.