ECLI:NL:RVS:2024:163

Raad van State

Datum uitspraak
18 januari 2024
Publicatiedatum
18 januari 2024
Zaaknummer
202307657/3/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • J. Schipper-Spanninga
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen uitvoering machtiging tot voorlopig verblijf

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 28 juni 2021 een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor twee vreemdelingen afgewezen. Na bezwaar en een aanvullend besluit werd dit besluit door de rechtbank Den Haag op 1 december 2023 vernietigd en werd de staatssecretaris verplicht de mvv te verlenen. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter heeft bij ordemaatregel bepaald dat de staatssecretaris geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank totdat op het hoger beroep is beslist. Na schriftelijke uiteenzetting van de vreemdelingen heeft de voorzieningenrechter dit besluit bevestigd en bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.

De uitspraak van 18 januari 2024 bevestigt dat de uitvoering van de rechtbankuitspraak wordt opgeschort in afwachting van de beslissing op het hoger beroep, waarmee de rechtspositie van de staatssecretaris wordt beschermd tijdens de procedure.

Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.

Uitspraak

202307657/3/V3.
Datum uitspraak: 18 januari 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 1 december 2023 in zaak nr. NL22.15081 in het geding tussen:
[vreemdeling 1] en [vreemdeling 2]
en
de staatssecretaris.
Procesverloop
Bij besluit van 28 juni 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) te verlenen, afgewezen.
Bij besluit van 29 juli 2022 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdelingen gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard.
Op 20 juni 2023 heeft de staatssecretaris het besluit aangevuld.
Bij uitspraak van 1 december 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 29 juli 2022, aangevuld bij besluit van 20 juni 2023, vernietigd, het besluit van 28 juni 2021 herroepen, bepaald dat haar uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit en bepaald dat de staatssecretaris binnen twee weken na verzending van de uitspraak de gevraagde mvv verleent.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Bij uitspraak van 15 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4696, heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling bij ordemaatregel bepaald dat de staatssecretaris geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank totdat de voorzieningenrechter inhoudelijk op zijn verzoek heeft beslist.
De vreemdelingen hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1.       De staatssecretaris verzoekt de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening te treffen dat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist.
2.       Gelet op de belangen die de staatssecretaris en de vreemdeling en referent naar voren hebben gebracht, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening.
3.       De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Aldus vastgesteld door mr. J. Schipper-Spanninga, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Schippers, griffier.
w.g. Schipper-Spanninga
voorzieningenrechter
w.g. Schippers
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 18 januari 2024
873